Zuivelfabriek Ocna Mures

31-01-2015 16:56

Weet u het nog: de acties (verloting, waslijn van 13,5 km, paalzitten en wielerwedstrijden in de tent bij de kerk) die we als Commissie Oost Europa hielden als fondswerving voor het helpen opzetten van een melkfabriek in Ocna Mures Roemenië?

Er wordt nog regelmatig gevraagd hoe het er nu mee voorstaat.

Hierbij even alle feiten op een rij. Al in 1992 kwam bij ons de vraag van Arend Rohaan uit Zwolle, een zeer gedreven Roemeniëganger en Roemeniëkenner, of Joop Heijink als architect en lid van de COEH eens in Ocna Mures wilde kijken of een daar leegstaand gebouw geschikt was om omgebouwd te worden tot zuivelfabriek. De basisgedachte was en is nog steeds “dat goede en betaalbare voedselvoorziening een voorwaarde is voor gezondheid en daarmee het normaal kunnen werken mogelijk maakt”.

Na grondige bestudering en veel overleg, bleek dat er voldoende mogelijkheden waren en hebben we als COEH besloten om hierin deel te nemen.

Waarom zo’n groot project? Ten eerste bleek dat er in de wijde omgeving maar 4 grote staats-zuivelbedrijven waren. In het toenmalige Roemenië waren dit bedrijven die nog volledig vast zaten aan het oude regime, wat betekende: de boeren kregen een slechte prijs voor de geleverde melk, het melkgeld werd erg laat uitbetaald en Ocna Mures - een stad met zware vervuilende industrie - zag niet of nauwelijks de door de fabrieken gemaakte zuivelproducten terug.

Al met al reden genoeg om ons er nader in te verdiepen. We kregen geweldige steun bij het nadenken en later bij het inrichtingsplan van Johannes Postma, gepensioneerd technisch zuivel- deskundige.

Het plan was er en we probeerden financieel alles zo goed mogelijk af te dekken, zoals een Roemeense BV oprichten, waarbij het gebouw door de eigenaar en latere directeur werd ingebracht. De inrichting zou voor onze rekening zijn. Destijds konden we als Nederlandse stichting niet rechtstreeks deelnemen in de bv en zodoende gebeurde dit door tussenkomst van Etelkoz, een Roemeense hulpverlenende stichting, die goede contacten had met meerdere Nederlandse stichtingen.

Er werd berekend dat er 150.000 DM dus zo’n 75.000 euro nodig was. En de grote uitdaging begon, hoe krijgen we dit geld bijeen. Misschien herinnert u zich nog de verloting bedacht door Joop Heijink, niet zo maar een verloting, maar één met loten van 100 gulden en 5 trekkingen. Een doorslaand succes, we verkochten meer dan 600 loten. Dit project hadden we aangemeld bij KPA (Kleine Plaatselijke Activiteiten) een initiatief van de overheid, waarbij zij het ingezamelde bedrag verdubbelden. Ook Wilde Ganzen deed mee.

Zodoende lukte het ons om het benodigde bedrag binnen te krijgen. De fabrieksgebouwen werden omgebouwd tot een zuivelfabriek, de inrichting werd aangeschaft en geïnstalleerd door een Roemeense firma, die op aanwijzing en begeleiding van Johannes Postma, het geheel realiseerde. Er werd een mooie rvs karn(om boter te maken) en diverse roestvrijstalen melktanks etc. uit Nederland overgebracht. Inmiddels waren er afspraken met de boeren gemaakt in de omliggende plaatsen om de melk te leveren, en was er een RMO, een 4-wiel aangedreven Aro, jeep met tank aangeschaft, waarmee de melk opgehaald werd. Er kwam personeel, op het hoogtepunt zo’n 15 man. Deze mensen werden wegwijs gemaakt met de “moderne” apparatuur onder andere door Gerrit Lubbers (onze Lubbers-zuivel) en Johannes Postma.

Ze konden dagmelk, boter en kaas maken. 

De officiële opening vond plaats in september 1996 waarbij er een delegatie uit Nederland aanwezig was. Misschien aardig om te vertellen hoe het verzamelen van de melk in zijn werk ging.Er was in elk dorp een persoon die verantwoordelijk was voor de inzameling. Elke boer bracht zijn melk naar dit inzamelpunt, de één een bus vol, de ander een halve emmer, het boeren in Roemenië was destijds nog zoals bij ons voor en vlak na de oorlog. De RMO kwam en elke portie kreeg een eerste test op bruikbaarheid d.m.v. ruiken. Als de volle RMO aankwam in de fabriek werd er een professionele test gedaan in het lab. Hierna kon de verwerking beginnen.

Zo heeft de melkfabriek, met de welluidende naam Multinational op deze manier gedraaid. In de omgeving kwamen zo langzamerhand steeds meer kleine zuivelfabrieken, het waren er op een gegeven moment ongeveer 40 waarvan velen, zoals Johannes Postma het zo beeldend verwoorde, waren opgebouwd met “potjes en pannetjes”. Totdat Roemenië lid werd van de EU. Vanaf dat moment werden de eisen strenger en konden veel fabrieken niet aan de regels voldoen. Ook voor Multinational werd het moeilijk, de fabriek kon met enkele kleine aanpassingen de toets doorstaan, maar het grote probleem was de rauwe melk, kwalitatief niet EU-proof. Ook werd Roemenië als zuivelland ontdekt door de multinationals. Zo kwam, als één van de laatste kleine fabrieken, Multinational aan de beurt om noodgedwongen de productie te stoppen. De situatie zoals wij die hebben gekend in Nederland vanaf 1950 tot aan de jaren 80-90 voltrok zich in Roemenië in 15 jaar.

Toch heeft al met al dit project er voor gezorgd dat gedurende die periode de fabriek aan de wens van de bevolking kon voldoen en er was inkomen voor zo’n 15 gezinnen.

We hebben nog steeds goed contact met Plugar, de directeur en eigenaar van het gebouw.

 

Ook financieel zijn we nog met elkaar verbonden. Op een gegeven moment liep het spaak tussen de beide bv vennoten en hebben we besloten om niet langer met Etelkoz samen te werken en zelf dit deel ter hand te nemen. Dit kon omdat de regels veranderd waren en wij een Roemeense stichting hadden opgericht. Ons financiële deel ( de 75.000 euro) werd als een hypotheekverstrekking ingebracht op het onroerend goed (grond en gebouwen dus). Op het moment dat de fabriek verkocht zal worden, hebben wij als COEH recht op het geld dat in het begin door ons is ingezameld en geïnvesteerd en kunnen dit voor andere projecten opnieuw gaan inzetten.